Navigatie overslaan

Deze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikersbeleving.

Lees onze cookieverklaring

Onze geschie­de­nis

Museum aan de A is de opvolger van het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Lees hier over de rijke geschiedenis van het museum en onze stokoude panden.

Kar met scheepsmodellen tijdens de verhuizing van het Noordelijk Scheepvartmuseum naar de Brugstraat in 1978.

Het Noordelijk Scheepvaartmuseum

Rond 1930 maakt de scheepvaart in Groningen een grote verandering door. De zeilvaart loopt op zijn eind en de introductie van de scheepsmotor neemt een grote vlucht. De oude zeilschepen worden opgedoekt. Daarmee verdwijnen langzaam ook de tradities en de verhalen van de oude zeilvaart en de houten scheepsbouw. De rijke geschiedenis van maritiem Groningen dreigt verloren te gaan.

Drie invloedrijke heren uit de stad willen dat voorkomen. Ze besluiten tot de oprichting van een scheepvaartmuseum. Op 10 januari 1930 wordt de Vereniging Noordelijk Scheepvaartmuseum opgericht door Theunis Louwrens Mellema, inspecteur voor de scheepvaart, Hendrik Johannes Bartelings jr., directeur van de Groninger scheepvaartschool en Jhr. Mr. Johan Hora Feith, bankier en directeur van de Noord-Willemskanaal Maatschappij.

Het museum huurt het Goudkantoor aan het Waagplein, achter het stadhuis aan de Grote Markt. Vanaf 31 mei 1932 kunnen de bezoekers naar binnen. Vanaf dat moment groeit de verzameling van het museum en is er steeds meer te zien.

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog gebeurt er een ramp. Tijdens de bevrijding vliegt op 14 en 15 april 1945 de hele noordwand van de Grote Markt in brand. Daar staat ook café De Unie, waar de verzameling van het museum is opgeslagen. Alle voorwerpen behalve het scheepsmodel van de tjalk ‘Daatje’ gaan in rook op.

Na de oorlog begint het museum opnieuw. Eerst nog in het Goudkantoor, maar de ruimte daar wordt al snel te klein voor de nieuwe verzameling. Tussen 1962 en 1978 kunnen Groningers het museum bezoeken in een oud schoolgebouw aan de Sint Walburgstraat.

In 1973 verhuist het museum naar twee gebouwen aan de Brugstraat: het Gotische huis en het Canterhuis. Hier wordt het museum opnieuw ingericht. In het achterhuis en de kelder van het Gotisch Huis komt het Niemeyer Tabaksmuseum (te zien tot 2011). De inrichting van het scheepvaartmuseum blijft in grote lijnen nog hetzelfde tot 2022.

Van Noordelijk Scheepvaartmuseum naar Museum aan de A
In 2020 stopt de Vereniging Noordelijk Scheepvaartmuseum en wordt de Stichting Museum aan de A opgericht. Van museum over de noordelijke scheepvaart naar museum over de geschiedenis van stad en provincie Groningen. De komende jaren wordt het museum verbouwd en komt er meer ruimte voor presentatie en ontmoeting.

Onze panden

Het Gotisch Huis (Brugstraat 24) en het Canterhuis (Brugstraat 26) zijn de oudste steenhuizen van Groningen. Beiden dateren uit het begin van de 14e eeuw. In 1795 komen beide gebouwen in handen van één eigenaar. Vanaf dat moment tot op de dag van vandaag zijn het Canterhuis en het Gotisch Huis innig met elkaar verbonden.

Gotisch Huis

Een gebouw met een hoog voorhuis en zware buitenmuren van grote bakstenen. Hoe het er precies in de 14e eeuw heeft uitgezien weten we niet. We weten wel dat het Gotisch Huis zowel een woonfunctie als een bedrijfsfunctie had met bijbehorende opslagruimten. De woonfunctie verdwijnt omstreeks 1850 en het pand heeft daarna alleen nog een bedrijfsfunctie.

Na de schenking van het Gotisch Huis door Niemeyer aan de gemeente duurde het nog tot 1973 voordat met de restauratie kan worden begonnen. Volgens een plan van dr. ir. C.L. Temminck Grol, die eerder was gepromoveerd op middeleeuwse panden in Groningen, wordt gekozen voor een terughoudende restauratie met een conserverende aanpak. Dat wil zeggen dat er niet terug gerestaureerd wordt naar de oudste toestand maar dat er respectvol met de veranderingen in de eeuwenlang bouwgeschiedenis wordt omgegaan. Waar mogelijk worden bouwsporen uit vroegere tijden, zoals nissen en trapsporen, in het zicht gelaten. Middeleeuwse balklagen en het muurwerk worden met rust gelaten.

Een paar van de meest opvallende aanpassingen tijdens de restauratie zijn de verlaging van de keldervloer, het aanbrengen van een vide tussen de begane grond en de eerste verdieping, het aanbrengen van dichte trappenhuizen zoals dat gebruikelijk was in de late middeleeuwen. Het achterhuis krijgt een nieuwe kap en de begane grond krijgt een 18e eeuws uiterlijk. De restauratie van het Gotisch Huis is voltooid in 1975.

De binnenplaats van het museum voor de verbouwing, omstreeks 1976.

In mei 2020 hebben we een digitale reconstructie laten maken van het Gotisch Huis. Toen heetten we nog Noordelijk Scheepvaartmuseum. Hier zie je het gebouw en de collectie van toen, tot in ieder detail haarscherp vastgelegd.

Canterhuis

Het Canterhuis ziet er aan het begin van de 14e eeuw heel anders uit dan tegenwoordig. Het is kleiner en bestaat uit een kelder, een hoge begane grond, een lage eerste verdieping en een zadelkap. De eikenhouten staande steunbalken in de kelder (de z.g. standvinken) zijn gedateerd op 1320. Het gebouw functioneerde vanaf het begin als woonhuis en dat blijft zo tot 1939. Vanaf de 17e eeuw heeft het Canterhuis daarnaast ook een bedrijfsfunctie.

In 1978 begint een architectenbureau met de restauratie van het Canterhuis. Een terughoudende en conserverende aanpak is hier lastiger om uit te voeren. Er wordt daarom gekozen om de restauratie als één samenhangend geheel met het Gotisch Huis te doen.

Dit betekent een vrij dramatische aanpak waarbij alle ‘storende’ toevoegingen uit de 20e eeuw worden verwijderd. De oorspronkelijk opbouw van het voor- en achterhuis wordt hersteld waarbij het achterhuis wordt teruggebracht naar de situatie voor 1920 met twee verdiepingen en een steile kap. De derde verdieping wordt verwijderd. De voorgevel krijgt het uiterlijk van 1872 waarbij de kleuren worden gebaseerd op kleuronderzoek. Kantoren en andere restanten van de vroegere fabriek van vruchtenwijnen (Woldringh & Idema) worden weggehaald en het interieur krijgt 18e en 19e eeuw uiterlijk. In 1982 is de restauratie voltooid.

In mei 2020 hebben we een digitale reconstructie laten maken van het Canterhuis. Toen heetten we nog Noordelijk Scheepvaartmuseum. Hier zie je het gebouw en de collectie van toen, tot in ieder detail haarscherp vastgelegd.

De binnenplaats van olieslagerij P.R. Roelfsema omstreeks 1874, gezien naar de Brugstraat. De twee panden rechts op de voorgrond zijn in 1911 gesloopt.